Genealogie & Geschiedenis van de Familie ‘Hooft van Huijsduijnen‘
560 – 2026
Genealogy & History of the ‘Hooft van Huijsduijnen‘ Family

Deze huidige kerk is het enige overgebleven gebouw van de reusachtige Cisterciënzer Sint Bernardusabdij te Aduard [Gr], in de middeleeuwen één van de grootste kloosters van Europa. Het Romanogotische gebouw diende waarschijnlijk oorspronkelijk als ziekenzaal van het klooster. De ziekenzaal werd gebouwd eind 13e begin 14e-eeuw, ongeveer dezelfde tijd dat de edelvrouw – nobilis domina – Addyerth [Adelwerde] van Thyum begon met de stichting van een Cisterciënzer nonnenklooster rond de kapel van Sint Bernardus in het huidige Sint Annen [Gr], een dochter klooster van de abdij van Aduard. [foto MB-AA-11_Monumentenbezit].
Beste bezoeker van deze HomePage,
na 6 jaar onderzoek naar het voorgeslacht van mijn familie wordt het tijd om pen en papier te pakken en één en ander op schrift te stellen. Ik heb besloten om dit in de vorm van een Trilogie te doen en ik heb een korte samenvatting van de inhoud van die drie boeken hieronder als voorlopig opzetje gemaakt. Het optimistische plan is om de boeken I in 2026, II in 2028 en III in 2030 uit te brengen met behulp van Uitgeverij Verloren.
Het laatste Boek III gaat over de periode 1514 – 1927. Deze genealogie is onderwerp van een aantal publicaties geweest – voornamelijk in de Nederlandsche Leeuw door o.a. de genealogen mr. Thierry de Bye Dólleman uit Haarlem en Bas Dudok van Heel uit Amsterdam. De genealoog Ed Unger, medewerker Nederland’s Patriciaat, Centrum voor Familiegeschiedenis [Centraal Bureau voor de Genealogie] heeft de laatste jaren met name voor de 16de eeuw door uitvoerig aanvullend onderzoek de genealogie vanaf c.1500 verder aangevuld en geverifieerd met name met testamentaire afwikkelingen uit die tijd.
Boek II gaat over de periode 1300 – 1514 en gaat voornamelijk over het stichtingsverhaal van Amsterdam. Harmen Snel gepensioneerd medewerker van het Archief Amsterdam [bekend van de TV serie “Het verborgen Verleden“] heeft de Weeskamer Inbreng van 1514 bij het overlijden van Tijman Nannincxzn, vader van Jacob Hooft, getranscribeerd – maar voornamelijk, en belangrijker nog, ook geïnterpreteerd – en mij op de goede weg gewezen. Harmen heeft ook Nanninck Tijmanszn, geboren c. 1400 toegevoegd aan de feitelijke stamboom van vóór 1514. Ed Unger heeft voorts Tijman Jansz geboren c.1365 toegevoegd aan die feitelijke stamboom, maar verder is er daarvoor niets feitelijks meer gevonden. Vanaf mid viertiende eeuw wordt het dan moeilijker en moeilijker om iets zinvols over de genealogie te zeggen en moeten er omwegen gezocht worden, andere methodes gevolgd worden die helaas de nodige complexiteit toevoegen. Maar dat heeft dan ook een overwacht mooi resultaat opgeleverd.
Boek I gaat over de periode 560 – 1300, waarbij de periode 766 – 1300 historisch is, en deze periode is nóg weer ingewikkelder voor de genealogie en de geschiedenis, maar wel de leukste. Ben de Keizer, onder andere oud voorzitter van de Hollandse Vereniging voor Genealogie “Ons Voorgeslacht”, is één van de heel weinigen die zich met deze periode bezighoudt en ik heb veel uit zijn werk over de hoogadel uit die tijd van hem mogen gebruiken Ook zijn publicatie van het Leenregister van graaf Floris V bleek onmisbaar.
De inhoud van dit Boek I zal door het ‘establishment‘ met enige scepsis ontvangen worden, en ik geef ze groot gelijk. Het is namelijk aan mij als nieuwkomer uit een ander vakgebied te proberen deze scepsis weg te nemen, zowel wat betreft mijn genealogische conclusies als wel mijn historische inzichten in gebeurtenissen uit die tijd. Ik op mijn beurt zal zélf zo nu en dan ook het bestaande canon van geschiedenis of genealogie in twijfel trekken als er nieuwe feiten naar boven komen. Ik verwacht en hoop op mooie discussie’s.
Nu is het boek best een moeilijk boek om te schrijven vind ik, maar het is ook een moeilijk boek om te lezen en daarom moeten wegen gezocht worden Boek I toegankelijk te maken. Hoe leg ik uit aan de lezer waarom ik denk te weten hoe en wanneer Adalward en zijn zus Adalwara in Aunay-sous-Crécy rond 800 in Frankrijk zijn aangekomen? Dat staat niet ergens opgeschreven in een plots gevonden nieuw document!
Deze familiekroniek is een spannend verhaal en geeft ook een wat andere interpretatie aan het prachtige ontstaan van Nederland boven de rivieren. Maar helaas zijn veel van die mooie zaken in het boek ondergesneeuwd door een enorme hoeveelheid noodzakelijke taaie feiten zoals namen, jaartallen, gebeurtenissen, referenties, onleesbare teksten en onderlinge verbanden over eeuwen heen, en dreigt het werk als een soort naslagwerk op de plank te blijven liggen zonder het mooie verhaal van deze oeroude katholieke familie en hun Nederland boven de rivieren te vertellen, waar het uiteindelijk allemaal om gaat.
Ron Hooft van Huijsduijnen gaat daarom op zoek naar manieren om naast het Boek ook een HomePage met IT/IM en AI te gebruiken, en hij gaat beginnen met het nadenken over een IT/IM hiërarchie en structuur waar informatie voor de lezer beter gepresenteerd kan worden en publiekelijk toegang te geven tot informatie. Ook verwacht ik veel aanvullingen op dit boek en wil ik een systeem van terugkoppeling opzetten, bijvoorbeeld van mediëvisten, taalkundigen, klimaathistorici, paleogeologen en paleoantropologen die denk ik nog heel veel kunnen toevoegen en verbeteren.
Ron en ik hopen dat we de komende maanden wat kunnen toevoegen op deze HomePage die interacteert met Boek I en begrip verbetert en dat we beter leren hoe we kunnen uitleggen en aantonen wat we beweren.
Hou deze site daarom de komende maanden in de gaten want we zijn nu begonnen, en commentaren zijn meer dan welkom ….
Tom Hooft van Huijsduijnen
tom@hooftvanhuysduynen.com
Boek I: “De heerd van Adaluuard: Hadaluuardus 12 juni 770 – Hadewardus, 3 november 1300″
We volgen in dit Boek kort de noodzakelijke Friese geschiedenis en overgang van de Romeinen naar de Franken, eerst de Merovingen en daarna de Karolingen. De Frankische veroveringen op de Friezen en de kerstening wordt besproken, over tijd en ook gedurende de Viking aanvallen. We focussen hier in eerste instantie op Midden-Friesland, het huidige Groningen en Friesland. De wetten, bestuurlijke organisatie, zowel wereldlijke als geestelijke, klimaat, natuur, alles passeert de revue om de eerste Hadalward uit 770 te kunnen plaatsen en duiden. Deze Hadalward blijkt een etheling te zijn, een Friese edele met Fries erfgoed, maar ook nobilis, een Frankische edele met wettelijke Frankische rechten en plichten. Deze naam Adalward en de gemoveerde vorm Adalwar[d]a zijn nagenoeg uniek en we volgen deze familiegroep door de eeuwen heen door hun goederenbezit en bekende posities te volgen. De hiervoor genoemde vrije kolonist Adalward in Aulnay, nadat hij in 814 in ere en erfgoed hersteld is, blijkt later in dienst te zijn als monnik van de abdij van Werden en hem overkomt daar een wonder van Sint Luidger, de stichter van de abdij van Werden en eerste bisschop van Münster, hieronder samen met de kleine Adalward in een schitterende miniatuur te zien. De familie blijkt rond 790, vóór de deportaties door Karel de Grote, hun Friese erfgoed te hebben in Bohsingi [Beswerd, Aduarderheerd] pal náást het oorspronkelijke erfgoed van Thiadgrim , de vader van Sint Liudger, in Wierum. We volgende familie van Worms naar Bremen en Münster, maar ook de Betuwe, het gebied Bad Bentheim en in de dertiende eeuw Hadewartwovde [Hazerswoude] in Holland en eindigen met [H]ade[l]wart in Villa Tersipe [Nieuw-Loosdrecht], als heer van Overmeer. En dat Overmeer ligt pal náást het erfgoed van Liafburg, de moeder van Sint Luidger! We proberen de betekenis te duiden van dit goederenbezit in Wierum en Nederhorst den Berg en nemen de lezer door de oudste goederenregisters van de kerk van Sint Maarten [Utrecht] en abdij van Sint Luidger [Münster], want er zijn nóg een paar bekende families die een rol spelen in het gebied van Nederhorst den Berg tot Mijnden langs de Vecht.
Nadat alle context besproken is, wordt pas vanaf 800 voor iedere generatie de genealogie besproken tot 1300. Voor de naam Hadewart volgen we de naam tot hij uitsterft of verdwijnt in de vroeg 15e eeuw in Utrecht.
We leggen de wetenschappelijke betekenis van de term theoretisch uit en besteden daar aandacht aan om iets wetenschappelijk zinnigs en objectiefs te kunnen zeggen over het geschatte waarheidsgehalte van wat gesteld wordt in dit boek. Aandacht wordt besteed aan het mogelijke begin van de Hoekse en Kabeljauwse twisten avant-la-lettre onder het Hoekse leiderschap van Van Brederode van de Kennemer boerenopstand in 1273 tot en met de Kaas- en Broodopstand in 1492. En dan is er natuurlijk de dood van Floris V en de rol van Guy en Jan van Henegouwen waar toch wat aparte dingen gebeuren. We vragen ons af of er in het huidige Nederland een oeroude splitsing is ontstaan tussen het Zuid-Europa onder eeuwenlang Romeins, en daaruit voortvloeiend Keizerlijk Frankisch centraal gezag, en het Noordelijke Europa, in welke koude en moerassige natuur met groepen mensen met tribale eigenschappen de staande professionele legers van Rome en Franken nooit echt binnen hebben kunnen dringen of vat hebben kunnen krijgen. En liep die grens dwars door Nederland ergens langs de Rijn en Waal en is die grens ingebakken in onze cultuur, in onze civilisatie tot op de dag van vandaag?
Boek II: “Afkomst geslacht Hooft uit Amsterdam en Van Huijsduijnen uit Huijsduijnen: 3 november 1300 – 24 november 1514”.
Dit boek begint met de oorlogen van 1304 waarvan we de schermutselingen in Amsterdam, Utrecht en Amstelland beschouwen, waarna onze edelen de feodale wereld van Utrecht verlaten om vrije poorters van Amsterdam te worden. Daarmee veranderen ook de namen van onze hoofdpersonen; er is een discontinuïteit en de meeste vroege toponiemen verdwijnen. De verliezers van die oorlogen blijken dan al lang bezig te zijn met hún Amsterdam en behoren waarschijnlijk tot de 13e eeuwse stichters en zullen aan de macht blijven tot 1535. Deze kleine edele groep raakt dus zijn feodale rechten kwijt, maar blijkt bij machte om meestal in Amsterdam de posities van schout en schepenen te controleren die gezamenlijk de ‘wet’ zijn. Ook worden later de almachtige burgemeester posities gecontroleerd. Ze blijken ook het religieuze en economische leven te beheersen in Amsterdam. Deze kleine 100 middeleeuwse Amsterdamse geslachten worden voor het eerst genealogisch gepresenteerd als context voor het bepalen van de familiegenealogie. De namen van de vroegste mannen die in de 14e-eeuw in de Oude kerk begraven zijn worden geduid met hun familiebanden en ook bewoner/eigenaars van de oudste straten van Amsterdam worden geïdentificeerd, met name de Oudebrugsteeg/Kolksteeg en hoek Enge Lombardsteeg/Nes. De beroemde humanist mr. Petrus Nannius van Alkmaar blijkt een geboren Amsterdammer te zijn. De oeroude in Boek I veronderstelde relatie tussen Van Amstel en Van Wulven, en Hadewaert van Overmeer wordt verder aangetoond met goed afkomstig van vererving langs de spilzijde. De relatie tussen het feodale geslacht Hadewaert en het Amsterdamse geslacht ‘cuper’ wordt aangetoond door ververing van goederen langs de zwaardzijde. Heraldisch bewijs van afkomst van de heer van Overmeer wordt geleverd op 7 juni 1508 door de neef van Jacob Hooft, namelijk Heyman jonge Jacops zoen [van Ouder-Amstel] – burgemeester van Amsterdam 1513/15/18/23/ 24/26/28/29/31/32/34/35, schout 1534 – met zijn schepenzegel.
Het Liber Benefactorum van het Amsterdamse Kartuizer Klooster geeft rond 1412 een spectaculair cadeau aan ons met een uitgebreide opsomming van een maagschap.
Boek III: “Van Hooft en Van Huijsduijnen naar Hooft van Huijsduijnen: 24 november 1514 – 17 juni 1927”
Dit boek is genealogisch volledig onderbouwd op basis van vele bronnen en is feitelijk. De katholieke familie – gedachtengoed Geert Grote – wordt na de wederdoperopstand van 1535 in Amsterdam door Brussel uit de macht gehouden omdat ze geen sincere catholijken zijn; een eufemisme op het meedoen aan kettervervolging. Goossen Hooft wordt verbannen uit Amsterdam. Willem van Huijsduijnen in Haarlem keert zich tegen Alva en kiest de kant van de Prins, met als resultaat het Beleg van Haarlem door Alva’s zoon, Don Frederik. Willem wordt na het beleg als gevangene uitgeruild tegen een bijzondere gevangene van de Watergeuzen Jacob Fransz du Quesnoy, echtgenoot van Liedewij Sandelein; de twee kleinkinderen van de uitgeruilde katholieke gevangenen van de kant van de Prins van Oranje en de kant van Alva, namelijk Jacob Hooft en Margarita du Quesnoy zullen later trouwen. Willem is één van de 9 onderhandelaars van de overgave van Haarlem aan Don Frederik en wordt later persoonlijk beloond door de Prins met levenslange toetreding tot het Vroedschap als katholiek. Na het verzetten van de wet door Prins Maurits wordt de familie formeel als katholiek buiten het openbaar leven geplaatst en zal pas weer politiek actief worden tijdens de Bataafse Periode en Franse bezetting. In de 19e-eeuw raakt de familie zijn volledige fortuin kwijt aan slechte vrienden. Jacob en Margarita krijgen een zullen een oudste zoon, Reijnier Hooft van Huijsduijnen, maar het huidige geslacht stamt af van hun tweede en jongste zoon Cornelis en zijn vrouw Hadewich van Lommetsum, het laatste ouderwetse huwelijk van twee maatschappen en níet van twee individuen.